• Nick

In de net verschenen gezamenlijke catalogus van de NVvA biedt Fokas Holthuis met een ietwat bescheiden aantal uitroeptekens de ultieme verzameling Gerrit Komrij te koop aan.


Achteraf is het de laatste grote inkoop geweest waar ik bij Fokas en Paul aan mocht meewerken. Inpakken, traplopen, inladen. Ik weet nog dat mijn toen net aangeschafte Apple Watch me die middag herhaaldelijk complimenteerde. Het horloge deelde medailles uit voor m'n work-out. Aan het eind van de dag had ik 87 trappen belopen.


Tijdens het inpakken van de boeken kwamen opnieuw de enorme werklust en veelzijdigheid van Gerrit Komrij naar voren. Dat dit het werk is van één man. Maar eigenlijk, bedenk ik nu, is het net zo verbijsterend dat één persoon, met veel liefde en deskundigheid, zo'n collectie heeft kunnen samenstellen. Ik heb toen uitgaven en luxe-exemplaren gezien die op papier niet eens bestaan.


Het in 1984 door de Literaire Loodgieters in een officiële oplage van 1 gedrukte Badkamer is ook gewoon aanwezig. Pierre Roth, de Literaire Loodgieter zelf, heb ik eenmaal ontmoet. Het was nota bene Gerrit Komrij die hem aan mij voorstelde, zonder zijn naam te zeggen, maar alleen door 'Badkamer' in mijn oor te fluisteren.


Ik geloof dat de badkamer de enige ruimte in het huis van de verzamelaar was waar niets van Komrij te vinden was.

  • Nick

De bijeenkomsten van de jury van een literaire prijs vinden altijd achter gesloten deuren plaats. Wat er tijdens zo'n overleg door juryleden wordt gezegd, welke argumenten er worden uitgewisseld, het blijft allemaal binnenskamers. Tussen het benoemen van de jury en het bekendmaken van de winnaar gebeurt er eigenlijk niets. Het is stil tot er een persbericht verschijnt met de uitslag, die meestal unaniem is.


Bij het sorteren en beschrijven van zo'n tachtig uitgaven van Willem Brakman uit de verzameling van de vorig jaar overleden criticus Tom van Deel kwam ik, naast heel veel meer efemera, een doorslag van een memo tegen. Op de voorzijde staat een korte mededeling voor een van Van Deels studenten Moderne Letterkunde aan de UvA. De achterzijde van het velletje is veel interessanter.


Tom van Deel was voorzitter van de P.C. Hooftprijs 1980, die op 20 mei 1981 werd uitgereikt aan Willem Brakman. Andere juryleden waren Jan Fontijn, Gerrit Krol, Carel Peeters en Herman Verhaar. Voorafgaand aan de bekendmaking van de laureaat vonden tijdens het juryoverleg blijkbaar stemmingen plaats. Op deze memo heeft Van Deel de score bijgehouden.


Op de 'shortlist' voor de P.C. Hooftprijs 1980 stonden blijkbaar A. Koolhaas, Hella S. Haasse, F.C. Terborgh, Willem Brakman, Jan Wolkers en A. Alberts. Afgaand op de notities van Van Deel zijn er ten minste twee stemmingsrondes geweest. Bij de eerste stemming eindigden A. Alberts en Willem Brakman op een gedeelde eerste plaats. Bij de tweede stemming, waarbij ieder jurylid elk van de zes kanshebbers een aantal punten moest geven, kwam Brakman als winnaar uit de bus. Drie punten meer dan Alberts: een nipte overwinning.



Vier van de vijf verliezers zouden later alsnog in de prijzen vallen, al weigerde Wolkers de P.C. Hooftprijs in ontvangst te nemen. F.C. Terborgh stierf op 26 februari 1981, ongelauwerd.

  • Nick

Op 17 mei 1932 waren Eddy du Perron en Elisabeth de Roos in het huwelijk getreden. Na de wittebroodsweken vertoefden zij eventjes op het "kasteel" van de Du Perrons, maar in september van dat jaar vestigde het jonge echtpaar zich in Parijs, in de wijk Meudon-Bellevue.


Eddy en Bep, tortelduiven in Parijs. In de lichtstad moesten zij natuurlijk ook geld verdienen. Du Perron solliciteerde naar het correspondentschap voor Het Vaderland. Uiteindelijk kreeg niet Du Perron, maar zijn kersverse echtgenote het baantje. Elisabeth de Roos was gekwalificeerd. Ze had stukken geschreven voor studententijdschriften en culturele bladen. Op de essays van de Franse intellectueel Jacques Rivière was ze in 1931 gepromoveerd.


Van tijd tot tijd leverde Du Perron ook een bijdrage aan Het Vaderland. Uit de overgeleverde brieven van Du Perron is af te leiden wanneer de met '(Van onzen correspondent)' ondertekende tekst door hem is geschreven, en niet door haar. Een van Du Perrons aardigste bijdragen is een uitgebreid portret van Sylvia Beach, de drijvende kracht achter de Parijse boekwinkel en uitleenbibliotheek Shakespeare and Company. Het stuk 'Een bedreigd cultuurcentrum' stond op maandag 29 juni 1936 in de krant.



Uit de eerste gepubliceerde resultaten van een formidabel onderzoek naar de uitleenbibliotheek van Shakespeare and Company door Princeton University blijkt nu dat Elisabeth du Perron-de Roos lid was van de 'lending library' van Beach. Zij en de grafisch ontwerper Martin Engelman zijn de enige Nederlanders die sporen hebben nagelaten in het archief van de befaamde boekhandel annex leesbibliotheek. Het abonnement bij Shakespeare and Company stelde hen in staat om in de Franse hoofdstad Engelstalige boeken en tijdschriften te lenen en te lezen.


Tussen 12 december 1933 en 6 december 1934 haalde Bep twaalf keer nieuwe lectuur bij Shakespeare and Company. Wat leende Mme Du Perron zoal? Op haar uitleenkaart staan bekende titels uit het interbellum, zoals The Autobiography of Alice B. Toklas (1933) van Gertrude Stein, Looking Back (1933) van Norman Douglas en Magnus Merriman (1934) van Erik Linklater. Ook leende ze boeken van inmiddels vergeten schrijfsters als Susan Miles en Naomi Mitchinson.


Ook Du Perron bezocht Shakespeare and Company geregeld. Zo bladerde de schrijver er op 21 februari 1933 in de verzamelde gedichten van E.A. Robinson. Het is zelfs niet ondenkbaar dat Du Perron, die bij Het Vaderland af en toe voor zijn vrouw inviel, ook wel eens een boek leende op de kaart van zijn vrouw. Stiekem "damesromans" lezen, waar hij op papier zo tegen tekeer ging.

KVK 73792640

BTW NL002164220B81
IBAN NL08TRIO0379619288

Algemene voorwaarden

Privacyverklaring


© 2020 Artistiek Bureau