KVK 73792640

BTW NL002164220B81
IBAN NL08TRIO0379619288

Algemene voorwaarden

Privacyverklaring


© 2020 Artistiek Bureau

Boudewijn Büch  ‘In vriendschap’. Uit de Büch-verzameling van Ger Kleis.

 

Vier opdrachtexemplaren, twee bibliofiele uitgaven, acht leesexemplaren, drie foto’s, een ansichtkaart, een memo, een dummy, een drukproef, een vel briefpapier, veertien naslagwerken en een map documentatie. Deels met gebruikssporen.

 

Meesterdrukker Gerrit Kleis leerde Boudewijn Büch in het voorjaar van 1979 kennen en volgens Kleis was het meteen duidelijk dat zij veel voor elkaar zouden kunnen betekenen. De dichter Büch vond in Kleis, de idealistische uitgever van Sub Signo Libelli, een inspirerende vriend, die met plezier Büchs poëzie in de mooiste bibliofiele uitgaven verwerkte. Kleis voegde aan zijn fonds een auteur toe die een oprechte belangstelling had voor typografie.

 

In de jaren tachtig trok Büch zich vaak uit Amsterdam terug om aan de keukentafel van Kleis gedichten te schrijven, die vervolgens in de kleine drukkerij meteen uit loden letters werden gezet. Kleis ontwierp ook briefpapier voor zijn vriend, gezet uit de Neue Hammer Unziale en gedrukt in diens lievelingskleur blauw. Bijna wekelijks voerden Kleis en Büch lange, nachtelijke telefoongesprekken.

 

De opdrachtexemplaren in deze collectie getuigen van de vriendschap. Op de titelpagina van De Blauwe Salon (1981), Büchs debuutroman, staat in blauwe inkt: ‘à mijn lieve vriend | Ger Kleis. Als blijk | van waardering voor | een jarenlange samen- | werking tussen letters | en woorden. | Geesbrug; | 6/7 VI 1981’. En in het door Büch met Constant Meijers samengestelde Songs in the key of life (1980) staat de paginagrote opdracht: ‘Voor Ger – | deze melodie van | voor hem ongetwijfeld | onbekende liedjes. | Maar… wie leest – | die weet làter | wat! | In vriendschap, | Amsterdam | 24 VI 1980 | Boudewijn’.

 

Twee opdrachten zijn kort, maar veelzeggend. In Een kleine blonde dood (1982) schreef de auteur: ‘à Ger | een blijk van leven | 10 X 1982 Amsterdam’, terwijl hij aan het colofon van De krant (1985) toevoegde: ‘à Ger – liefs | 23 V 1986 Amsterdam’.

 

Andere interessante en leuke items zijn een zeldzame dummy van het nooit verschenen boek Cocaïne (ca. 1980), twee kleurenfoto’s van Büch en Kleis in Geesbrug, een originele zwart-witfoto van het graf van Arthur Rimbaud door Klaas Koppe, een ansichtkaart van Loan Son en Büch, een door Büch beschreven memovelletje (‘mooi hoor, die Kloos’), een onbeschreven vel briefpapier (‘boudewijn büch | keizersgracht 642’) en een volledige drukproef van de zeer zeldzame SSL-uitgave Blackwood Street (1990).

 

Bij de naslagwerken zijn vijf gelimiteerde uitgaven van Büchmania en drie antiquariaatscatalogi. Vier exemplaren zijn aan Kleis persoonlijk opgedragen. Harry G.M. Prick schreef in Een andere Boudewijn Büch (2005): ‘Voor Gerrit Kleis | van wie ik leerde | irenisch en niet ironisch | over Boudewijn te | schrijven’, Eric Schneyderberg pende voorin Gekke Jongen, Wijze man (2003): ‘Voor Ger Kleis, | die ‘t | VEEL beter | kan’.

 

De map documentatie bevat vooral knipsels en prints, maar ook enkele curiosa, zoals twee toegangsbewijzen (op naam van Boudewijn Büch) voor het Boekenbal van 1985, dat Kleis (in plaats van Büch) met Loan Son bezocht en een opmerkelijk rondschrijven van boekbinder David Simaleavich over de verkoop van zijn verzameling bibliofilia (wat Büch ten zeerste afkeurde).

 

De meeste leesexemplaren zijn op de laatste pagina voorzien van het blindstempel van Ger Kleis.

Collectie Boudewijn Büch