Jan Prins  Indische gedichten. Bijeengebracht naar aanleiding van de tentoonstelling Nederlandsch-Indië in de Letterkunde gehouden te ’s-Gravenhage in den zomer van 1932.

 

Haarlem: Joh. Enschedé en Zonen, 1932. 207 x 127 mm. Ingenaaid met flappen. [Typografie Jan van Krimpen]. (4), 80 p. Niet afgesneden. Eerste druk. Roestvlekjes op omslag en op eerste en laatste pagina’s.

 

Opdracht van de auteur in zwarte inkt op het schutblad: ‘Voor P.C. Boutens | van ons beiden | Jan Prins. | Scheveningen, | 28 Juli 1932’.

 

Nummer 3 van de 10 op de pers genummerde en op Japans papier gedrukte luxe-exemplaren, die niet voor de handel bestemd waren.

 

Jan Prins was bevriend met P.C. Boutens, bij wie hij lessen Grieks volgde. Zijn vertaling van Plato’s Timaeus (1937) droeg Prins in druk op aan Boutens, ‘mijn Leermeester’. Deze door Slauerhoff en Bloem lovend besproken bundel gaat vooral over het Oosten, de natuur en het raadselachtige van het Indische landschap.

Voor P.C. Boutens, op Japans gedrukt luxe-exemplaar

€ 0,00Prijs

    KVK 73792640

    BTW NL002164220B81
    IBAN NL08TRIO0379619288

    Algemene voorwaarden

    Privacyverklaring


    © 2020 Artistiek Bureau